Over gleufhangen en snelhurken: Chinese toiletten

Ik hou niet van lange wc-bezoeken op andermans toilet. Op mijn werk ga ik pas als iedereen pauze heeft. En als ik aandrang voel terwijl ik met vrienden praat klem ik mijn kiezen op elkaar en blijf ik beleefd knikken. Ondanks de kramp die de steeds harder klemmende sluiting van broek/rok in mijn onderbuik veroorzaakt.

En dat terwijl ik nog niet eens zo lang geleden onverschillig boven een gleuf hing. Samen met tien andere, altijd even nieuwsgierige vrouwen.

Natuurlijk is mijn schaamteloze toiletgedrag niet van de ene op de andere dag gekomen en weer gegaan. Wie de Chinese wc-gewoontes kent, begrijpt echter dat een snelle aanpassing gewenst, al dan niet noodzakelijk, is als je van plan bent langere tijd door te brengen in het oosterse land. En dus is langzaam maar zeker de knop om gegaan.

Het begon met een vast ritueel van toiletbezoeken op de campus waar ik woonde. Samen met dertien ganggenoten deelde ik drie gaten in de grond. Zodra de hal verlaten leek en ik het idee had dat ik de enige nog wakkere bewoner was, trok ik een sprintje van mijn kamer naar de voorste van de drie hokjes. Voor ik het licht aandeed, klapte ik eerst drie maal hard in mijn handen. Vervolgens volgde een klein maar stampend voetendansje. En voor ik echt durfde neer te hurken boven de ingegraven pot, klapte ik de wc-deur hard open en dicht. Vaak zag ik de laatste zwarte kakkerlak nog net het hokje ernaast invluchten. En dan kwam het moeilijkste: alles wat ik die dag had opgespaard moest eruit voor die vieze beesten weer hun plek kwamen terugeisen. Dat ging trouwens beter naarmate ik heter en meer ging eten. De ideale manier om snel, doch niet geheel pijnloos, van het toiletbezoek af te zijn.

Ondertussen bleken mijn lotgenoten, andere Europese studenten, hetzelfde probleem te hebben. En het taboe werd doorbroken. Wie moest, ging. Maakte niet uit wanneer. En later zelfs niet meer waar.

Zo gebeurde het dat ik op een bewuste avond, zo’n vier maanden nadat ik voor het eerst voet op Chinese bodem had gezet, een vriendin aanstootte na afloop van een heet en vet diner. “Moet jij?”, vroeg ik. “Ja, maar waar?” lachte zij. En samen gingen we de straat op. Het was al donker buiten en de smalle steegjes in de buitenwijk waren amper verlicht. Door op de sterke ammoniakgeur af te gaan, kwamen we terecht bij een openbaar toilet. In het enorme hok ontbraken deuren, potten en doortreksystemen. Een zwak stromend watertje kabbelde rustig langs de boodschappen die mijn voorgangers hadden achtergelaten. En ik hurkte. Het hek was van de dam. Het voelde bevrijdend. Het kon me niet meer schelen.

Inmiddels heb ik me weer aangepast aan het Hollandse wc-gebruik. Ik ben gek op mijn glimmende bril, het smetteloze fonteintje en de twintig rollen wc-papier die helemaal alleen voor mij zijn.

Maar soms, heel soms, als ik in de trein van Amsterdam naar Utrecht mijn benen over elkaar klem en alleen maar kan denken aan de 25 minuten die nog niet overbrugd zijn, sluit ik eventjes mijn ogen. En droom ik van toiletten in China.

Lees ook:China maakt weer kunstmatige regen
Lees ook:Chinese olifantenman weer onder mes
Lees ook:Positief denken over milieuvervuiling in China
Lees ook:Tien doden na gasexplosie in kolenmijn
Lees ook:Nieuw Chinees jaar, nieuwe blogger!

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>